Puppy vaccinaties in Nederland: welke prik wanneer?
Bij je pup hoort een vaccinatieboekje met de eerste stickers erin. Wat betekenen die prikken, welke komen er nog, en wanneer mag je pup echt met andere honden spelen?
In dit artikel
Wij zijn hondenverzorgers, geen dierenarts. Dit is algemene informatie; overleg altijd met je eigen dierenarts.
Welk vaccinatieschema krijgt een puppy in Nederland?
Wordt je pup op 6 weken voor het eerst ingeënt, dan zijn er meestal minimaal drie rondes: op 6, 9 en 12 weken, en eventueel een vierde op 16 weken. Met 1 jaar volgt een booster. Dat schrijft het LICG, het Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren, dat onder meer wordt ondersteund door de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht.
| Leeftijd | Inenting | Waartegen |
|---|---|---|
| 6 weken | Eerste inenting | Hondenziekte en parvo, eventueel besmettelijke leverziekte |
| 9 weken | Tweede inenting | Parvo en de ziekte van Weil |
| 12 weken | Derde inenting (de cocktail) | Hondenziekte, parvo, de ziekte van Weil en besmettelijke leverziekte, soms ook parainfluenza |
| 16 weken | Eventueel een vierde inenting | Voor pups die veel risico lopen |
| 1 jaar | Booster | Hondenziekte, parvo, de ziekte van Weil en besmettelijke leverziekte |
Tegen kennelhoest maakt je dierenarts een apart schema. Welke vaccins je pup precies krijgt, hangt af van het merk vaccin en van jouw situatie.
Hondenziekte (ook wel de ziekte van Carré), besmettelijke leverziekte en parvo heten samen de kernziekten. Daartegen zou elke hond gevaccineerd moeten worden. In Nederland krijgen honden daarnaast elk jaar een prik tegen de ziekte van Weil (leptospirose). Die ziekte kan ook op mensen overgaan.
Weil wordt veroorzaakt door bacteriën en overgedragen via urine of met urine besmet water. Berucht is de urine van muizen en ratten. Drinkt of zwemt je hond graag in sloten, plassen of vijvers, dan is die jaarlijkse prik dus geen overbodige luxe.
Of je dierenarts stopt na de prik op 12 weken of nog een extra prik op 16 weken geeft, hangt af van het risico dat je pup loopt om besmet te raken. Met een bloedtest kan je dierenarts ook nagaan of je pup na de prik op 12 weken al genoeg antistoffen heeft aangemaakt. Dat bloed wordt dan 4 weken na die laatste prik afgenomen. Zo'n test is niet 100% betrouwbaar, maar geeft wel nuttige informatie.
Waarom krijgt een puppy meerdere prikken?
Omdat een pup de eerste weken beschermd wordt door antistoffen van zijn moeder, en die antistoffen een vaccin kunnen uitschakelen. Je weet vooraf niet wanneer ze verdwenen zijn. Daarom herhaalt de dierenarts de prik om de twee tot vier weken, zodat ook pups bij wie die antistoffen langer blijven, alsnog zelf bescherming opbouwen.
Die antistoffen krijgt een pup grotendeels binnen via de eerste melk. Hoe snel ze verdwijnen, verschilt per pup. Volgens het LICG zijn sommige pups na een week of zes al minder beschermd, terwijl bij andere de bescherming langer dan twaalf weken aanhoudt.
- Op 6 weken reageert maar een klein deel van de pups op de prik.
- Op 9 weken is een groter deel de antistoffen van de moeder kwijt.
- Op 12 weken zijn ze bij de meeste pups verdwenen, maar een klein deel heeft er dan nog te veel.
- Op 16 weken zijn ze bij vrijwel alle pups weg.
Daarom is de reeks pas compleet na de laatste puppyprik, meestal tussen de twaalf en zestien weken. Een losse vroege prik zegt dus nog weinig over hoe goed je pup beschermd is.
Welke vaccinaties moet een pup van de fokker al hebben?
Komt je pup van een bedrijf, zoals een beroepsmatige fokker, dan moet hij binnen 7 weken na de geboorte ingeënt zijn tegen parvo en hondenziekte. Dat staat in de Regeling houders van dieren. Wordt de pup verkocht of afgeleverd, dan moet die inenting uiterlijk 7 dagen daarvoor zijn gegeven.
Vraag bij het ophalen dus naar het vaccinatieboekje of het paspoort, en kijk welke prikken erin staan en op welke datum. Komt je pup van een bedrijf, dan hoort er een prik tegen parvo en hondenziekte in te staan die minstens een week voor de ophaaldag is gegeven. Staat er niets in, of is de datum van gisteren, vraag dan waarom.
De regel gaat over pups die in een bedrijf worden gehouden. Koop je van een particulier, dan is het boekje je enige bewijs, dus vraag er altijd naar. Neem het daarna mee naar je eigen dierenarts. Het LICG raadt aan je pup na aanschaf zo snel mogelijk door je eigen dierenarts te laten nakijken. Waar je verder op let bij het kiezen van een pup, lees je in welke hond past bij mij.
Wanneer mag een puppy andere honden ontmoeten?
Al voordat alle prikken klaar zijn. Het LICG raadt aan je pup vanaf de eerste dag thuis andere honden te laten ontmoeten, omdat de gevoelige periode voor socialisatie met honden anders al voorbij is. Kies wel ingeënte honden van mensen die je kent, en ga nog niet naar een hondenuitlaatveld waar misschien niet-ingeënte honden lopen.
Die gevoelige periode begint rond drie weken en eindigt ergens tussen week 9 en week 14, mede afhankelijk van het ras. In die weken leert een pup het makkelijkst dat nieuwe dingen niet eng zijn. Dat valt grotendeels samen met de weken van de puppyprikken. Zo pak je dat aan:
- Wel: wandelen met bekenden van wie de hond is ingeënt, of die mensen met hun hond thuis uitnodigen.
- Nog niet: een hondenuitlaatveld of een andere plek waar veel honden komen en je niet weet of elke hond is ingeënt.
- Bij de dierenarts: maak voor de prik liefst een afspraak aan het begin van het spreekuur, zodat je pup niet direct in contact komt met allerlei andere dieren. Lukt dat niet, houd hem dan op schoot en laat hem rustig rondkijken.
Mag je pup al naar buiten?
Ja, maar kies waar. Parvo verspreidt zich via ontlasting, en het virus kan buiten de hond zeer lang besmettelijk blijven: volgens het LICG minstens een jaar. Ons advies: houd plekken waar veel honden hun behoefte doen, zoals een populaire strandopgang, een parkeerplaats bij de duinen of het uitlaatveld, tot na de laatste puppyprik in de categorie 'nog niet'.
Een rustige straat is iets anders. Vindt je pup buiten alles nog spannend, til hem dan op en loop zo met hem door de wijk, raadt het LICG aan. Zo went hij aan verkeer, mensen en honden die langslopen. Hoe je dat stap voor stap opbouwt, lees je in puppy socialisatie. En voor de eerste dagen thuis is er de eerste nacht met je puppy.
Heeft je puppy ook een vaccinatie tegen kennelhoest of rabiës nodig?
Dat hangt af van wat je met je hond gaat doen. Tegen kennelhoest is een inenting nodig als je hond met veel andere honden in contact komt, bijvoorbeeld in een pension, op cursus of bij de hondenuitlaatservice. Een rabiësvaccinatie is verplicht als je met je hond naar een ander EU-land reist.
Kennelhoest
Kennelhoest, ook wel besmettelijke hondenhoest, is een soort verkoudheid met verschillende verwekkers. Het vaccin kan via de neus met druppels of via een injectie worden gegeven, en je dierenarts maakt er een eigen schema voor. Een pension vraagt er doorgaans om.
Ook LuckyPaw vraagt voor groepswandelingen, dagopvang en logeren om de cocktailenting en de kennelhoestenting, en groepswandelingen en dagopvang zijn er voor honden vanaf ongeveer een half jaar. Wil je je hond later laten meelopen met de groepswandelingen van LuckyPaw, neem dan het vaccinatieboekje mee naar de kennismaking.
Rabiës (hondsdolheid)
In Nederland komt hondsdolheid bijna niet meer voor, behalve bij vleermuizen. Voor reizen naar alle EU-landen is een geldige rabiësvaccinatie verplicht. Die moet minstens 21 dagen voor vertrek door de dierenarts zijn gegeven, en dat mag vanaf een leeftijd van 12 weken. Je pup kan dus op zijn vroegst met 15 weken mee over de grens.
Bij jonge honden slaat de rabiësprik niet altijd even goed aan, en voor sommige landen is een bloedtest verplicht. Afhankelijk van het vaccin is de prik een of drie jaar geldig. Plan een vakantie met een jonge pup daarom ruim vooruit, samen met je dierenarts. Een pup uit het buitenland halen kan om dezelfde reden pas vanaf 15 weken: jongere pups mogen niet worden ingevoerd.
Hoe vaak moet je hond na het eerste jaar worden ingeënt?
Na de booster rond 1 jaar is om de drie jaar een herhaling tegen de kernziekten genoeg, volgens het LICG. Alleen de prik tegen de ziekte van Weil biedt maar een jaar bescherming en moet dus elk jaar worden herhaald. Een jaarlijks bezoek is daarom normaal, ook al krijgt je hond niet elk jaar dezelfde vaccins.
De booster op 1 jaar is vooral bedoeld voor pups die niet of niet genoeg op de puppyprikken hebben gereageerd. Je dierenarts kan hem ook al geven als je hond een half jaar oud is, zodat zo'n pup niet lang onbeschermd blijft. Laat je pup rond een jaar in elk geval een algehele gezondheidscontrole geven, ook als er dan geen prik nodig is.
Een bloedtest in plaats van een prik?
Voor de kernziekten kan je dierenarts na 3 jaar met een bloedtest, een titerbepaling, meten hoeveel antistoffen je hond nog heeft. Is dat genoeg, dan kan de prik minimaal een jaar worden uitgesteld. Voor de ziekte van Weil en voor kennelhoest bestaat geen betrouwbare bloedtest. Steeds meer pensions accepteren zo'n test, maar vraag het vooraf na.
Welke bijwerkingen kan een puppyvaccinatie hebben?
Bijwerkingen komen maar zeer zelden voor, schrijft het LICG. Soms ontstaat een zwelling op de plek van de prik. Die trekt meestal na een aantal dagen weer weg. Ook kan je pup na de prik tijdelijk wat koorts hebben en zich niet lekker voelen, of kort misselijk zijn en diarree hebben. Een overgevoeligheidsreactie is zeer zeldzaam.
Na de kennelhoestenting via de neus zie je soms lichte verschijnselen die lijken op kennelhoest zelf. Voor elke prik doet je dierenarts eerst een gezondheidscontrole. Is je pup ziek, dan kan het beter zijn de vaccinatie uit te stellen tot hij weer klachtenvrij is.
Veelgestelde vragen over puppyvaccinaties
Dan maakt je dierenarts een schema op maat, afgestemd op je pup en jouw situatie. Het schema van 6, 9 en 12 weken geldt alleen als je op 6 weken begint. Neem het vaccinatieboekje mee, zodat je dierenarts ziet welke prikken al gegeven zijn en wanneer.
Meestal niet. Voor reizen naar landen die vaccinaties eisen, wordt zo'n bloedtest doorgaans niet geaccepteerd. Dan geldt het schema van de fabrikant van het vaccin, of soms een strenger schema van het land waar je naartoe gaat. Een titertest helpt je dierenarts dus vooral bepalen of de prik tegen de kernziekten nog even kan wachten. Breng je je hond naar een pension, vraag dan vooraf of ze zo'n test accepteren.
Omdat schema's verschillen per vaccin en per land. De Britse dierenwelzijnsorganisatie RSPCA schrijft dat pups daar meestal op acht en tien weken worden ingeënt, met een booster op 6 of 12 maanden. Het LICG beschrijft voor Nederland het schema hierboven. Volg dus het schema van je eigen dierenarts, niet dat van een Britse of Amerikaanse website.
Ja. Een dier dat ziek is, heeft zijn afweer nodig om die ziekte te bestrijden, dus soms is het beter de prik even uit te stellen. Twijfel je of je pup fit genoeg is, bel dan vooraf even met de praktijk.
Bronnen
Voor dit artikel gebruikten we:
Lees ook
Straks samen op pad
Onze groepswandelingen met Dominic of Evika zijn voor honden vanaf ongeveer een half jaar, met de cocktailenting en de kennelhoestenting in het boekje. Is je pup jonger, overleg dan gerust wat kan.
Plan eerst een gratis kennismaking en neem het vaccinatieboekje mee.
Plan een gratis kennismaking
