Rassen

Welke hond past bij mij?

Een hond haal je voor vele jaren in huis. Kies daarom met je verstand: eerst je weekindeling en je huis, dan het type hond, en pas daarna dat ene leuke koppie.

11 min leestijdBijgewerkt 6 oktober 2026
Ierse setter zit op een deurmat en kijkt omhoog terwijl iemand hem onder de kin aait
In dit artikel

Waar begin je als je wilt weten welke hond bij je past?

Begin bij jezelf, niet bij de rassenlijst. Een hond moet passen in een gewone week: je werktijden, je huis, je huisgenoten en de energie die je na een lange dag nog over hebt. Zet dat eerst eerlijk op papier. Dan zie je snel welke honden afvallen en voor welke hond er echt plek is.

Volgens de Britse dierenwelzijnsorganisatie Dogs Trust kan een hond niet urenlang alleen thuisblijven. Ben je overdag weg, dan moet je voor die dagen een hondenuitlater of opvang kunnen regelen. Ook houden honden over het algemeen van een vast ritme, van 's ochtends tot 's avonds, elke dag.

De weektest

  1. 1Pak een gewone werkweek, geen vakantieweek, en schrijf per dag op wanneer je van huis gaat en wanneer je terugkomt.
  2. 2Zet erin wanneer je met een hond naar buiten gaat, ook op de avond na een lange werkdag en op een regenachtige zondag. Hoe vaak dat per dag moet, lees je in hoe vaak je je hond uitlaat.
  3. 3Markeer de blokken waarin de hond alleen thuis is. Het LICG geeft als richtlijn dat je een volwassen hond niet langer dan 4 tot hooguit 6 uur achter elkaar alleen laat, en dat laatste niet elke dag. Voor een pup is 4 uur al veel te lang. Wie vangt de rest op: jijzelf, een huisgenoot, de buren of een uitlaatservice?
  4. 4Doe hetzelfde voor vakanties en drukke periodes. Wie zorgt dan voor de hond?
  5. 5Laat iedereen in huis meekijken. Het Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren (LICG) raadt aan om samen met je huisgenoten een lijstje te maken van wat jullie in een hond zoeken en wat juist niet.

Hoe lang een hond alleen kan zijn, verschilt per hond, en alleen zijn moet hij stap voor stap leren. Ook een volwassen hond die in zijn vorige huis goed alleen bleef, vindt alleen zijn in een nieuwe omgeving spannender. Bouw het daarom altijd langzaam op. Hoe je dat doet, lees je in je hond alleen thuis laten.

Wat een hond per maand kost, ook aan opvang en uitlaten, zetten we op een rij in wat kost een hond.

Welke honden passen in elk geval niet bij jouw situatie?

Streep eerst weg wat niet kan. Woon je op een flat zonder lift, dan is een grote, zware hond niet handig. In een gehorig huis kies je geen hond die veel en snel blaft. Ben je slecht ter been, dan is een actief werkras vaak geen optie. Zo blijft er een kortere, realistischere lijst over.

Wat valt af, en waar let je dan op?
Jouw situatieMinder geschiktWaar je op let
Flat zonder liftEen grote, zware hond, zeker van een ras dat gevoelig is voor heupproblemenHoe krijg je hem de trap op als hij pijn heeft of ziek is?
Gehorig huisEen hond die veel en snel blaftHoe reageren je buren op geblaf? Kies dan een rustiger type
Kleine kinderen in huis of in de buurtEen hond die snel nerveus is, een grote, overenthousiaste hond of een klein, kwetsbaar hondjeDe hond moet gewend zijn aan kinderen
Slecht ter beenEen actief werkrasKun je de hond lichamelijk aan, ook als hij trekt of schrikt?
Weinig ruimte in de buurt om los te lopenEen heel actieve hond, tenzij je steeds met de auto op pad wiltWaar kan een hond in jouw omgeving rennen?
Konijnen, knaagdieren of een kat in huisEen hond die erg graag jaagtZijn je dieren erg bang voor honden, neem dan geen hond

Gebaseerd op de voorbeelden van het LICG en de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied.

Denk je aan een heel actieve hond? Kijk dan eerst waar je hem dicht bij huis echt kunt laten rennen. Woon je in of rond Wassenaar, dan staan de plekken op een rij in onze gids over vrij rennen in Wassenaar.

Heb je al een hond? Niet elke hond is dol op pups. Voor een oude hond is een pup volgens het LICG vaak te druk, zeker als hij pijnlijke aandoeningen heeft zoals rugpijn of heupdysplasie. Neem dan liever een rustige, volwassen hond, of stel de aanschaf uit.

Zegt het ras hoe een hond zich gedraagt?

Een beetje, maar minder dan veel rassenboeken doen vermoeden. In een studie die in 2022 in het wetenschappelijke tijdschrift Science verscheen, verklaarde ras maar 9 procent van de verschillen in gedrag tussen honden. Gebruik het ras dus om je keuze te beperken, en beoordeel daarna de hond zelf.

De onderzoekers, onder wie geneticus Kathleen Morrill van de University of Massachusetts Chan Medical School, lieten de eigenaren van 18.385 honden vragen beantwoorden over hun hond. Van 2.155 van die honden brachten ze ook het DNA in kaart. Het gaat dus om gedrag zoals eigenaren het zelf beschrijven.

Sommige eigenschappen leken wel wat met ras samen te hangen, zoals hoe makkelijk een hond reageert op wat je vraagt. Maar ook daarin verschilden honden van hetzelfde ras flink van elkaar. De onderzoekers vonden geen enkel gedrag dat alle honden van één ras gemeen hadden.

Het karakter van een hond hangt volgens het LICG vooral af van ras, erfelijke aanleg, socialisatie en de ervaringen die hij heeft opgedaan. Ras is dus één stukje van de puzzel, maar voor een eerste schifting is het prima bruikbaar. Er bestaan meer dan 300 hondenrassen, ingedeeld in tien rasgroepen die deels dezelfde kenmerken hebben.

Welk type hond past bij welke week?

Een rasgroep zegt iets over waarvoor honden oorspronkelijk zijn gefokt, en dus over wat ze gemiddeld nodig hebben. Het LICG zegt er zelf bij dat er veel individuele verschillen zijn, en dat niet elke hond van een ras elk kenmerk in dezelfde mate heeft.

Type hond en wat hij gemiddeld nodig heeft
TypeWat hij gemiddeld nodig heeftLet op
Herders en veedrijvers, zoals de border collieVeel beweging en werk voor zijn hoofd. Ze leren snel en doen graag iets samen met hun baasZe jagen graag achter bewegende dingen aan. Honden uit echte werklijnen zijn niet erg geschikt als huishond
TerriërsVeel energie, en een duidelijke, consequente opvoeding, ook bij de kleine rassenVeel terriërs zijn waaks en blaffen graag, wat ze minder geschikt maakt voor een flat. Bijna allemaal houden ze van graven
Drijvende honden en zweethonden, zoals de beagleEen goede opvoeding met extra aandacht voor terugkomen: buiten volgen ze hun neusZe zijn niet zo goed alleen te houden en wonen het liefst samen met andere honden
Retrievers, spaniëls en waterhondenSamenwerken met hun baas en veel uithoudingsvermogen. De meeste zijn dol op waterLeer ze alleen op commando het water in te gaan en let op eenden. Retrievers worden wat later volwassen dan veel andere rassen
Gezelschapshonden, zoals de cavalier King Charles spaniëlVooral gezelschap: ze willen graag bij hun baas in de buurt zijnAlleen thuisblijven leren kan lastig zijn, en ze kunnen waaks zijn en veel blaffen
Windhonden, zoals de whippetBinnen vaak rustig, buiten erg actiefZe reageren direct op beweging en zijn moeilijk terug te roepen als ze eenmaal jagen. Reken op veel wandelen aan de lijn

Gebaseerd op het overzicht van rasgroepen van het LICG. Het zijn gemiddelden: de hond zelf kan afwijken.

Een week met vooral korte rondjes door de buurt past dus eerder bij een gezelschapshond dan bij een border collie uit een werklijn. En ben je veel van huis, dan vraagt een beagle meer planning dan zijn formaat doet denken.

Kijk daarna naar de hond zelf. Bij een pup zijn dat de ouders: vraag of je de moeder kunt zien, raadt de Rijksoverheid aan. Een volwassen hond neem je volgens de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied, de Nederlandse kennelclub, eerst mee voor een wandelingetje, om te zien hoe hij zich buiten gedraagt.

Past een pup, een volwassen hond of een senior beter bij je?

Een pup past bij wie het eerste jaar veel tijd en energie heeft: volgens het LICG kun je een pup zeker het eerste half jaar niet lang alleen laten. Een volwassen hond uit een asiel of via herplaatsing is vaak al opgevoed, en over zijn karakter is meestal wat bekend. Een senior past bij wie het rustiger aan wil doen.

Pup, volwassen hond of senior
KeuzePast bij je als…Houd rekening met…
Pupje het eerste jaar veel tijd hebt en thuis kunt zijn of een oppas hebtspullen die stukgaan, zindelijk maken en in het begin heel vaak naar buiten
Volwassen hondje vooraf wilt weten wat voor karakter je in huis haalteen hond die te weinig of de verkeerde dingen heeft geleerd of probleemgedrag heeft; vraag veel over zijn gedrag
Seniorje zelf niet zo actief kunt of wilt zijn, of niet weet of je nog lang voor een hond kunt zorgenouderdomskwalen, speciale verzorging en soms medicijnen of speciaal voer

Gebaseerd op het LICG.

Bedenk ook hoe lang je eraan vastzit: volgens het LICG heb je een hond zo'n tien tot soms wel zestien jaar in huis. Kun je dan nog steeds goed voor hem zorgen? Dogs Trust raadt aan je toekomstplannen erbij te pakken. Krijg je misschien kinderen, ga je verhuizen of verander je van baan?

Twijfel je of je er klaar voor bent, zeker als het je eerste hond is? Dogs Trust raadt aan om dan eerst als pleeggezin een hond tijdelijk in huis te nemen. Is een van je kinderen bang voor honden, dan noemt de Raad van Beheer een logeerhond een goede proef op de som.

Heb je eenmaal gekozen? Ons stappenplan voor de eerste weken met je nieuwe hond helpt je op weg.

Waar haal je een hond vandaan?

Neem de tijd voor een betrouwbaar adres en beslis niet te snel, raadt het LICG aan. Bij een onbetrouwbare handelaar of een onzorgvuldige fokker heb je snel een hondje, maar is de kans groot dat het ongezond of angstig is. Een gezonde, sociale pup vraagt vaak wat geduld, en soms een plek op een wachtlijst.

  • Via een rasvereniging: zoek je een stamboomhond, dan kun je op de website van de vereniging vaak zien of er nestjes zijn en welke fokkers zijn aangesloten. De rasverenigingen vind je via de Raad van Beheer.
  • Uit een asiel of via herplaatsing: vraag wat er bekend is over de voorgeschiedenis en het gedrag van de hond. Bij een pup vraag je ook hoe het asiel zorgt voor een goede socialisatie.
  • Uit het buitenland: pups jonger dan 15 weken mogen niet worden ingevoerd, omdat ze nog geen geldige vaccinatie tegen hondsdolheid kunnen hebben. Een groot deel van hun socialisatieperiode is dan al voorbij, dus vraag goed waar en hoe de pup is opgegroeid.
  • Via een advertentie op internet: de Raad van Beheer raadt af om een hond via internet te kopen, omdat daar malafide handelaren actief zijn.

Laat je niet geruststellen door de term 'erkende fokker'. Een door de overheid erkende fokker bestaat niet, schrijft het LICG. Elke fokker moet zich wel bij de RVO registreren met een UBN, maar dat registratienummer zegt niets over de manier waarop er gefokt wordt.

Waar let je op bij het uiterlijk en de gezondheid van een hond?

Kies geen hond met een overdreven uiterlijk, zoals een erg korte snuit, erg korte poten, heel veel rimpels of een mini-formaat. Zulke honden hebben volgens het LICG vaak gezondheidsproblemen en een slechter welzijn. Vraag daarnaast altijd naar de gezondheidsonderzoeken van de ouders, of je nu een rashond, een kruising of een look-alike kiest.

Kortsnuitige honden

Honden met een extreem korte snuit, zoals mopshonden en Franse bulldogs, hebben meer kans op ademhalingsproblemen. Sinds 2019 mag in Nederland alleen met kortsnuitige honden worden gefokt als ze voldoen aan 6 criteria van deskundigen, zoals een normaal ademgeluid in rust. Een dierenarts kan de honden waarmee een fokker wil fokken daarop beoordelen en een dierenartsverklaring afgeven. De Rijksoverheid raadt kopers aan om naar die verklaring te vragen. Het gaat dus om de ouderdieren, niet om de pup zelf.

Stamboom, foknormen en look-alikes

Een stamboom is een bewijs van wie de ouders en voorouders van een hond zijn. In Nederland geeft de Raad van Beheer de FCI-stambomen uit. Elke stamboomhond die in Nederland wordt gefokt, krijgt een chip van de Raad van Beheer, en dat chipnummer begint altijd met 52814.

Sinds 1 juli 2026 heeft de Raad van Beheer foknormen voor alle rassen: verplichte screeningsonderzoeken voor beide ouderdieren, bijvoorbeeld naar oogafwijkingen, heup- en elleboogdysplasie, patellaluxatie en cochleaire doofheid. Welke onderzoeken verplicht zijn, verschilt per ras. Alleen als beide ouders op de dekdatum aan de foknormen voldoen, komen de pups in aanmerking voor een stamboom.

De Raad van Beheer controleert dit bij elke dekking die vanaf 1 oktober 2026 wordt aangegeven. Een stamboompup die je deze herfst koopt, komt dus meestal nog uit een dekking van vóór die controle. Vraag de fokker daarom zelf naar de uitslagen van beide ouders. Met een softwaremodule van de Raad van Beheer kun je ook vooraf nagaan of de combinatie van de ouders aan de foknormen van dat ras voldoet.

De foknormen geven geen garantie op een gezonde hond, zegt de Raad van Beheer er zelf bij. Op DutchDogData van de Raad van Beheer kun je voor een aantal erfelijke aandoeningen opzoeken of een stamboomhond, zijn ouders en verdere voorouders zijn getest, en met welke uitslag. Daar staan alleen de uitslagen die de Raad van Beheer zelf administreert. Staat een onderzoek er niet, vraag de fokker dan naar de uitslag.

Een look-alike lijkt op een ras, maar heeft geen stamboom. Dan is niet te controleren of de voorouders gezondheidsonderzoeken hebben gehad. Ook een kruising met een nieuwe naam, zoals een labradoodle, is geen door de FCI erkend ras. Bij bastaarden komen erfelijke aandoeningen meestal minder vaak voor, maar worden twee rassen gekruist waarbij dezelfde aandoening veel voorkomt, dan blijft de kans daarop bij de pups groot.

Heb je een ras, type of kruising op het oog? Zoek dan eerst op welke erfelijke aandoeningen daarbij voorkomen, en overleg met je dierenarts of de rasvereniging, zoals het LICG aanraadt.

Hoe weet je zeker dat je de juiste hond kiest?

Helemaal zeker weet je het nooit, maar je verkleint de kans op een verkeerde keuze flink. Doe de weektest, streep weg wat niet past, kies een type hond dat bij je week past en leer daarna de hond zelf kennen. Neem er de tijd voor en koop nooit in een opwelling.

  • Je week: de wandelingen en de uren alleen thuis passen in een gewone werkweek, of je weet wie ze opvangt.
  • Je huis: trap, gehorigheid en tuin passen bij de hond die je zoekt, en als je huurt, mag je volgens je huurcontract een hond houden.
  • Je huisgenoten: iedereen wil de hond, en de kinderen en je andere huisdieren kunnen goed met een hond overweg.
  • De hond zelf: je hebt de hond, of bij een pup de moeder, in het echt gezien.
  • Gezondheid: je kent de uitslagen van de gezondheidsonderzoeken van beide ouders, en bij een kortsnuitig ras heb je de dierenartsverklaring van de ouders gezien.
  • Papieren: de pup is gechipt en geregistreerd, heeft een Europees huisdierenpaspoort, en de overdracht naar jou wordt bij de RVO geregistreerd.
  • Je budget: je kent de vaste kosten per maand, ook voor opvang, uitlaten en eventueel de trimsalon.

Werk je buiten de deur en past een middagwandeling niet in je rooster, dan kan een uitlaatservice dat gat vullen. Een groepswandeling geeft een sociale hond overdag beweging en het gezelschap van andere honden. De basis blijft wel bij jou: de ochtend, de avond en de weekenden.

Veelgestelde vragen over de keuze van een hond

Dat hangt meer van de hond af dan van het ras. Bij een volwassen hond weet je vaak al iets over zijn karakter, maar hij kan ook probleemgedrag hebben. Dat kost extra energie en vaak geld om te veranderen, en soms lukt dat niet, waarschuwt het LICG. Vraag dus veel over zijn gedrag. Gaat je voorkeur uit naar een bepaald ras, vraag dan bij de rasvereniging naar de voor- en nadelen.

Ja, als je regelt wie de uren opvangt dat je weg bent. Het LICG houdt als richtlijn aan dat je een volwassen hond niet langer dan 4 tot hooguit 6 uur achter elkaar alleen laat, en dat laatste niet elke dag. Een pup kun je het eerste half jaar niet lang alleen laten. Reken de kosten van een uitlaatservice of opvang mee.

Het LICG ziet kleine verschillen. Reuen zijn vaak iets groter, zwaarder en sterker. Gemiddeld zijn ze wat zelfverzekerder en tonen ze wat sneller agressie naar andere honden; teven zijn vaker wat voorzichtiger. Teven worden meestal twee keer per jaar loops en kunnen schijnzwanger worden. Maar het karakter van een hond hangt vooral af van ras, erfelijke aanleg, socialisatie en ervaringen.

Het LICG raadt mensen met een allergie voor dieren aan om ze in het algemeen beter niet te nemen, zeker niet als ze in huis wonen. Een hond buiten houden is geen oplossing: honden zijn daarvoor te veel gehecht aan gezelschap. Twijfel je of je echt allergisch bent, laat dat dan eerst door je arts onderzoeken.

Dat verschilt sterk per vacht. Lange of krullende vachten moeten volgens het LICG regelmatig, soms dagelijks, worden geborsteld en soms getrimd. Een ruwharige vacht moet meestal door een hondentrimmer worden geplukt. Een kortharige vacht hoef je maar zelden te borstelen, maar die kan flink verharen. Reken de trimsalon dus mee in je tijd en je budget.

Bronnen

Voor dit artikel gebruikten we:

Over de auteurs

Dominic en Evika thuis, Evika houdt Lucky in haar armen

Dominic & Evika

Wij zijn Dominic en Evika. We laten honden uit, vangen ze op en laten ze bij ons thuis logeren in Wassenaar, samen met Lucky, onze working-line labrador. We zijn geen dierenarts en geen gedragstherapeut: we schrijven over wat we elke dag met honden meemaken, en controleren alles wat feitelijk is tegen de bronnen onderaan dit artikel.

Lees ook

Meer in Rassen →

Een hond die past, ook op drukke dagen

Past een middagwandeling niet in je werkweek? Met een groepswandeling komt je hond overdag buiten, altijd met Dominic of Evika. De eerste stap is een gratis kennismaking.

Plan een kennismaking via het formulier of app ons op 06 11696237.

Plan een gratis kennismaking
WhatsAppBel ons