Een hond uit het asiel adopteren in Nederland
Wat een asielhond kost, wat er in je contract hoort te staan, welke papieren een buitenlandse stichting moet kunnen laten zien en hoe je de chip op je eigen naam zet.
In dit artikel
Wij zijn hondenverzorgers, geen dierenarts. Dit is algemene informatie; overleg altijd met je eigen dierenarts.
Hoe adopteer je een hond uit het asiel in Nederland?
Je kiest een hond via een asiel of een herplaatsingsorganisatie, leert hem kennen, tekent een overeenkomst en betaalt een vergoeding. Daarna zet je de chip op jouw naam. Neem de tijd voor drie keuzes: de organisatie, de hond en het contract. Dat contract moet jou eigenaar maken.
Waar vind je een hond die een nieuw huis zoekt?
Je kunt terecht bij een dierenasiel, zoals de asielen van de Dierenbescherming, of bij een herplaatsingsorganisatie. Volgens het LICG, het Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren, herplaatsen sommige organisaties honden binnen Nederland vanuit thuissituaties of gastgezinnen. Heel veel organisaties houden zich bezig met dieren uit het buitenland. Sommige plaatsen een hond direct vanuit het buitenland, andere zetten hem eerst in een gastgezin of een opvang.
Zo pak je het aan
- 1Kijk eerst naar je eigen leven. Hoeveel tijd, ruimte en ervaring met honden heb je echt? Lees daarvoor ook welke hond past bij mij.
- 2Kies eerst de organisatie, pas daarna de hond. Het LICG raadt aan om dat uit te zoeken, het liefst voordat je naar een hond zoekt. Zodra je een hond op het oog hebt, spelen emoties mee.
- 3Leer de hond kennen. Wij raden aan om meer dan één keer langs te gaan en, als het mag, samen een stuk te wandelen. Een goede organisatie wil net zo veel over jou weten als jij over de hond, schrijft het LICG.
- 4Vraag wat er bekend is. Waar komt hij vandaan, hoe reageert hij op kinderen, andere honden, katten en alleen zijn, wat eet hij en heeft hij nog zorg van een dierenarts nodig?
- 5Lees het contract voordat je tekent. Waar je op let, staat hieronder.
- 6Regel de registratie en maak een afspraak bij je eigen dierenarts.
Wat vraag je bij het eerste contact?
Hoe het precies gaat, verschilt per asiel en per stichting. Wij raden aan om bij het eerste contact deze vragen te stellen:
- Is er een kennismakingsgesprek, en mag ik meer dan één keer komen voordat ik beslis?
- Wat zit er bij de vergoeding in: chip, inentingen, EU-paspoort, testen op ziektes?
- Moet ik de hond laten castreren? Een veel gehoorde voorwaarde is volgens het LICG dat je je hond moet laten castreren.
- Wat gebeurt er als het niet klikt? Neemt de organisatie de hond terug, en krijg je dan iets terug van de vergoeding?
- Krijg ik een koopcontract, en mag ik het vooraf thuis lezen?
Wat kost een hond uit het asiel?
Bij de asielen van de Dierenbescherming betaal je in 2026 €462 voor een hond jonger dan 6 maanden en €359 voor een hond vanaf 6 maanden. Chippen en vaccinatie zitten daarbij in. Andere asielen en stichtingen hanteren hun eigen tarieven: vraag daar vooraf wat je betaalt en wat erbij zit.
| Hond | Vergoeding | Wat erbij zit |
|---|---|---|
| Jonger dan 6 maanden | €462 | Chippen en vaccinatie |
| Vanaf 6 maanden | €359 | Chippen en vaccinatie |
Deze tarieven gelden van 1 januari tot en met 31 december 2026, voor alle dierenasielen van de Dierenbescherming.
Die vergoeding is pas het begin. Wat een hond daarna per jaar kost, aan voer, verzekering en dierenarts, zetten we op een rij in wat kost een hond.
Word je eigenaar als je een hond adopteert?
Dat hangt af van je contract. Adoptie is voor dieren geen wettelijke term: juridisch koop je een hond, of je huurt of leent hem. Bij een koopcontract word jij de eigenaar. Bij een adoptie- of bruikleencontract blijft de organisatie vaak eigenaar, terwijl jij de kosten en de verantwoordelijkheid draagt.
De Dierenbescherming zegt het zelf ook op haar tarievenpagina: wettelijk gezien kan een dier niet worden geadopteerd, juridisch gaat het om een koop. Volgens het LICG werken herplaatsingsorganisaties vaak met adoptiecontracten waarin de organisatie eigenaar blijft en de adoptant een heleboel verplichtingen krijgt. Daar staan dan bijvoorbeeld deze bepalingen in:
- medewerkers van de organisatie moeten op elk moment je huis in mogen om te kijken hoe het met de hond gaat;
- de organisatie mag de hond direct terugnemen als je je niet aan de eisen houdt, soms met een flinke boete erbovenop;
- je moet elk jaar verslag doen van hoe het met de hond gaat;
- de organisatie is niet aansprakelijk voor medische kosten en betaalt het adoptiegeld in geen geval terug.
Je hebt meer rechten dan zo'n contract doet vermoeden, schrijft het LICG. Een huisbezoek hoef je niet toe te staan: zonder jouw toestemming mag niemand naar binnen. Is onduidelijk wie de eigenaar is, dan geldt wie de hond in huis heeft in principe als rechthebbende. Een stichting die hem terug wil, moet eerst naar de rechter. Let wel op een voorwaarde dat je je hond moet laten castreren: heb je zo'n contract getekend, dan zit je eraan vast.
Ga met zulke bepalingen niet akkoord, adviseert het LICG, en kies een organisatie die met een koopcontract werkt. Hoeveel dat uitmaakt, bleek in een zaak bij het tv-programma De Rijdende Rechter. Een stichting wilde een geadopteerde Roemeense hond niet teruggeven. De Rijdende Rechter oordeelde dat het adoptiecontract een koopovereenkomst was. Omdat de stichting als verkoper optrad, gold het zelfs als een consumentenkoop, met dwingende regels die de stichting met haar voorwaarden niet opzij kon zetten. De hond moest terug naar de adoptant.
Rechters zijn het daar niet altijd over eens. In een andere zaak ging het om een hond uit Spanje die ondanks een test van de stichting leishmaniose bleek te hebben. Daar oordeelde de rechter dat een adoptiecontract een bruikleenovereenkomst was, en kreeg de adoptant de dierenartskosten niet vergoed. De rechter voegde eraan toe dat de eis ook bij een koop was afgewezen: de stichting had de hond laten testen, en een test is een momentopname.
Waar let je op bij een hond van een buitenlandse stichting?
Let op de stichting, niet alleen op de hond. Een goede stichting heeft een UBN, voert de dieren in als commerciële import en kan de papieren laten zien. Ze laat de honden testen op ziektes uit het land van herkomst en plaatst ze het liefst eerst in een Nederlands gastgezin, zodat je de hond rustig kunt leren kennen.
Volgens het LICG ziet de NVWA, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, in de praktijk vaak dat stichtingen de dieren met vluchtbegeleiders als gewone reisdieren invoeren. Dat mag niet. Zelf een zwerfhond naar Nederland halen raadt het LICG af: je kunt zijn gezondheid en gedrag moeilijk inschatten, en het kost minimaal drie weken voorbereiding.
| Vraag | Waarom |
|---|---|
| Heeft de stichting een UBN? | Een stichting die honden importeert, moet een UBN hebben. Import door een stichting valt onder commerciële import. |
| Mag ik de invoerpapieren zien? | Bij een hond van buiten de EU: een kopie van het gezondheidscertificaat en het grensdocument (GDB). Bij een hond uit de EU: een certificaat van een officiële dierenarts in het land van herkomst in het TRACES-systeem, en het EU-dierenpaspoort, waarin je de inentingen kunt nalezen. |
| Is de hond eerst gechipt en daarna tegen hondsdolheid ingeënt? | De chip moet vóór de rabiësinenting worden gezet. Die inenting kan vanaf 12 weken. Bij honden uit de EU of een land met een laag risico op hondsdolheid geldt daarna een wachttijd van 21 dagen. Voor landen met een hoog risico gelden strengere regels (zie hieronder). |
| Op welke ziektes is de hond getest? | Het LICG noemt naast parasieten en giardia onder meer babesiose, leishmaniose, ehrlichiose en hartworm. Op sommige ziektes kan getest worden: vraag of de stichting dat ook echt laat doen. |
| Is hij ingeënt tegen parvo, hondenziekte en besmettelijke hepatitis? | Na aankomst in Nederland is de stichting daartoe verplicht, minimaal zeven dagen voordat de hond bij een gastgezin of adoptant komt. Veel stichtingen regelen het al in het buitenland. |
| Woont de hond al in een Nederlands gastgezin? | Een hond die je op het vliegveld of een parkeerplaats ophaalt, ken je nog niet. In een gastgezin is hij bijgekomen van de reis en kan de stichting beter inschatten wat voor hond het is. |
| Is de stichting open over waar het geld naartoe gaat? | Een ANBI-status laat zien dat een stichting zich voor minstens 90 procent inzet voor het algemeen nut. Dan is beter na te gaan waar het geld naartoe gaat. |
Komt een hond uit een land met een hoog risico op hondsdolheid, dan moet er minimaal 30 dagen na de inenting een bloedtest worden gedaan. Daarna volgt nog een wachttijd van drie maanden. Zo'n hond is dus nooit jonger dan zeven maanden als hij in Nederland aankomt. Biedt een stichting je een jongere pup uit zo'n land aan, dan klopt er iets niet.
Door hun voorgeschiedenis komen er bij voormalige zwerfhonden relatief veel gedragsproblemen voor, schrijft het LICG. Het raadt daarom aan om alleen aan zo'n hond te beginnen als je al ervaring hebt met honden.
Hoe zet je de chip van een asielhond op je eigen naam?
Je meldt de hond binnen 2 weken na de overname aan bij een van de portalen die de RVO, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, heeft aangewezen. Je hebt daarvoor het chipnummer nodig, maar geen UBN. Je kiest zelf welk portaal: het hoeft niet hetzelfde te zijn als dat van het asiel of de vorige houder.
- Chip, registratie en paspoort. Een hond die een andere houder krijgt, moet volgens de RVO gechipt en geregistreerd zijn en een EU-paspoort hebben, ongeacht zijn leeftijd. Neem nooit een hond over zonder die drie.
- De vorige houder meldt af. Het asiel of de stichting meldt de hond af en geeft je het registratienummer of de safe code van het portaal, als die er is. Daarna doe jij een aanvoermelding.
- Controleer het zelf. Of een hond goed geregistreerd is en een EU-paspoort heeft, kun je ook zelf nagaan in de I&R App.
- Een hond uit het buitenland. De stichting moet het chipnummer binnen twee weken na de import op haar eigen naam laten registreren. Na de overdracht mag de hond niet op naam van de stichting blijven staan.
Verhuis je later, of raakt je hond vermist? Dat geef je door bij het portaal waar je hem hebt geregistreerd.
Wat kun je verwachten in de eerste weken met een asielhond?
Verwacht een hond die nog moet wennen. Een volwassen hond kan bij aankomst gespannen zijn en zich in het begin verstoppen, schrijft de Britse hondenorganisatie Dogs Trust. Dat is normaal. Het LICG ziet bij voormalige zwerfhonden dat ze na enkele maanden meestal zelfverzekerder worden. Laat hem dus in zijn eigen tempo wennen.
- Een eigen plek. Richt vóór de komst een rustig hoekje in, weg van de drukte in huis, en laat hem daar met rust.
- Geen bezoek. Ontvang de eerste tijd geen bezoek dat de hond wil zien. Een voormalige zwerfhond heeft daar volgens het LICG meestal meer dan een paar dagen voor nodig.
- Korte, vaste rondjes. Dogs Trust raadt aan om de eerste dagen kort en op dezelfde plek te wandelen. Het LICG adviseert een klein, vast rondje, niet op de drukke uitlaattijden, en de hond aan de lijn te houden.
- Een vaste dagindeling. Begin met een vast ritme en houd je daar zo goed mogelijk aan.
- Houd een dagboek bij. Dogs Trust stelt voor om de eerste drie maanden op te schrijven wat hij wel en niet leuk vindt, hoe hij zich gedraagt en hoe hij eet. Zo zie je of het beter gaat.
- Voorkom ontsnappen. Denk aan een tuig met een extra buikband, een goede schutting en een adreskokertje aan de halsband.
Angstig gedrag wordt vaak minder met de tijd, schrijft het LICG, maar soms komt er daarna ander gedrag tevoorschijn, zoals uitvallen naar andere honden. Ontstaan er problemen, schakel dan zo snel mogelijk een gediplomeerde gedragstherapeut in, en laat ook je dierenarts meekijken. Hoe je een gespannen hond rustig uitlaat, lees je in onze gids over een angstige hond uitlaten.
Een plan voor elke dag van de eerste maand vind je in de eerste 30 dagen met een nieuwe hond. Is je hond na die eerste weken gewend en ben je overdag weg? Dan kan een vaste uitlater op een vast rondje helpen, zoals bij onze privéwandelingen. We beginnen altijd met een gratis kennismaking.
Veelgestelde vragen over een hond uit het asiel
Nee. Bij de asielen van de Dierenbescherming betaal je in 2026 €462 voor een hond jonger dan 6 maanden en €359 voor een hond vanaf 6 maanden, inclusief chippen en vaccinatie. Ga je naar een ander asiel of een stichting, vraag dan vooraf wat je betaalt. Reken daarnaast op de vaste kosten van een hond.
Alleen als je contract dat zegt. Adoptie is voor dieren geen wettelijke term: juridisch is het een koop, huur of bruikleen. Met een koopcontract word jij de eigenaar. Bij een bruikleencontract heb je weinig rechten en veel plichten, waarschuwt het LICG, en kan het gebeuren dat je bij problemen je hond moet afstaan.
Dan meld je de hond toch aan. Volgens de RVO moet je als nieuwe houder de hond aanmelden bij een van de aangewezen portalen, ook zonder registratienummer of safe code, of als je die kwijt bent. Je hebt alleen het chipnummer nodig. Daarna staat de hond op jouw naam.
Liever niet, volgens het LICG. Veel van deze honden zijn in het begin angstig, en door hun voorgeschiedenis komen gedragsproblemen relatief veel voor. Begin daarom alleen aan zo'n hond als je al ervaring hebt met honden.
Wij raden aan hem de eerste weken aan de lijn te houden, ook waar honden los mogen. Hij kent je nog niet en weet de weg nog niet. Het LICG adviseert bij voormalige zwerfhonden hetzelfde, en noemt een tuig met een extra buikband zodat hij zich er niet uit kan wringen.
Bronnen
Voor dit artikel gebruikten we:
Lees ook
Een rustige start, met een vast gezicht
Is je nieuwe hond eenmaal gewend? Bij een privéwandeling loopt hij één-op-één met Dominic of Evika, in zijn eigen tempo en op een rustige route. Vertel ons tijdens de gratis kennismaking wat het asiel over hem weet. Daar stemmen we de wandeling op af.
Plan een kennismaking via het formulier of app ons op 06 11696237.
Plan een gratis kennismaking