Rassen

Kortsnuitige honden in Nederland: gezondheid, fokregels en wat je wel en niet mag

Fokken is aan strenge regels gebonden, kopen en houden niet. Hieronder lees je de 6 criteria, hoe je een snuit meet, hoe het staat met een houdverbod en hoe je goed zorgt voor een hond met een korte snuit.

9 min leestijdBijgewerkt 22 oktober 2026
In dit artikel

Wij zijn hondenverzorgers, geen dierenarts. Dit is algemene informatie; overleg altijd met je eigen dierenarts.

Mag je in Nederland nog met kortsnuitige honden fokken?

Alleen met een hond die voldoet aan 6 criteria. Die staan in de Beleidsregel brachycephale honden, en een dierenarts kan de hond erop beoordelen. Voldoet een hond niet, of heeft hij andere ernstige erfelijke afwijkingen of ziekten, dan mag er niet mee gefokt worden. Een stamboom verandert daar niets aan.

De basis is artikel 3.4 van het Besluit houders van dieren: wie fokt, mag geen schadelijke uiterlijke kenmerken, ernstige erfelijke afwijkingen of ziekten doorgeven aan de pups. Voor kortsnuitige honden is dat sinds 2019 uitgewerkt in meetbare criteria. In augustus 2023 legde het ministerie van Landbouw ze vast in een beleidsregel.

De 6 criteria voor fokken met een kortsnuitige hond
CriteriumWat als de hond er net niet aan voldoet?
Een normaal ademgeluid in rustDan mag er niet mee gefokt worden.
Open neusopeningenEen kleine vernauwing mag alleen als de hond aan alle andere criteria voldoet.
Een craniofaciale ratio (CFR) van 0,5 of meerTussen 0,3 en 0,5 alleen als de hond aan alle andere criteria voldoet. Onder 0,3 nooit.
Geen neusplooiEen neusplooi die het oog niet raakt, mag alleen als de hond aan alle andere criteria voldoet.
Geen zichtbaar oogwitDan mag er niet mee gefokt worden.
De ogen sluiten helemaal bij de ooglidreflexDan mag er niet mee gefokt worden.

Bron: NVWA, informatie voor dierenartsen over fokken met kortsnuitige honden.

De beleidsregel van 2023 schafte een uitzondering af en maakte een regel expliciet:

  • Geen uitzondering meer voor kruisen. Een volwassen hond die niet aan de criteria voldoet, mag niet meer worden ingezet voor een outcross: het bewust kruisen met een hond met een langere snuit om het ras te verbeteren.
  • Niet fokken na een operatie. Met een hond die is geopereerd om beter te kunnen ademen, bijvoorbeeld om de neusgaten groter te maken, mag je niet fokken: hij geeft zijn ongezonde kenmerken alsnog door aan zijn pups.

Een geplande keizersnede is bij kortsnuitige honden verboden: een dierenarts mag die alleen doen als het medisch noodzakelijk is. De NVWA houdt samen met de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn toezicht en gaat langs bij fokkers. Volgens de Rijksoverheid (2023) kan een fokker die de regels overtreedt een boete van € 1.500 krijgen, meestal met een last onder dwangsom erbij.

Hoe meet je of de snuit van een hond te kort is?

Met een meetlint. Meet de neus van de stop, de overgang van neus naar voorhoofd, tot de neuspunt. Meet de schedel van de stop tot de knobbel achter op het hoofd. Deel de neuslengte door de schedellengte: dat is de craniofaciale ratio. Komt er minder dan 0,3 uit, dan is de snuit te kort om mee te fokken.

  1. 1Zoek de stop. Dat is het punt waar de neus overgaat in het voorhoofd.
  2. 2Meet de neus. Leg het meetlint van de stop tot de punt van de neus.
  3. 3Meet de schedel. Van de stop tot het uiteinde van de voelbare knobbel achter op het hoofd, richting de nek. Bij sommige honden is die knobbel platter en voelt hij meer als een kammetje.
  4. 4Deel. Neuslengte gedeeld door schedellengte.

Een rekenvoorbeeld van de NVWA: een neus van 3,5 centimeter en een schedel van 12,5 centimeter geven een ratio van 0,28. Dat is minder dan 0,3, dus met deze hond mag niet gefokt worden. Zelf meten geeft een eerste indruk. Wil je het zeker weten, ga dan naar de dierenarts.

De dierenartsverklaring

Dierenartsen kunnen daarvoor de PetScan gebruiken, een scoringsformulier dat de Universiteit Utrecht ontwikkelde. De dierenarts vult in hoe de hond scoort op de 6 criteria en krijgt direct de uitslag. Het ondertekende formulier geldt als dierenartsverklaring. De beoordeling kan pas als de hond volledig is uitgegroeid; bij de meeste rassen is dat tussen 1 en anderhalf jaar. Een verklaring verloopt niet, maar blijft wel een momentopname.

Mag je een kortsnuitige hond kopen, houden of importeren?

Een kortsnuitige hond kopen, verkopen of houden is niet verboden: het verbod geldt alleen voor het fokken. Buitenlandse fokkers hoeven zich niet aan de Nederlandse criteria te houden, en hun honden kunnen worden geïmporteerd, ook als hun snuit te kort is. Er wordt al jaren over een houdverbod gesproken, maar dat is er nog niet.

De Tweede Kamer vroeg in 2024 met een motie om een handel- en houdverbod voor dieren die in Nederland niet gefokt mogen worden. In zijn antwoorden op Kamervragen, op 9 maart 2026, schreef de staatssecretaris van Landbouw dat zo'n verbod voor extreem kortsnuitige honden ingewikkeld is. Niet alle kortsnuitige honden lijden onder hun kenmerken, en er is nog geen kenmerk waaraan je een extreem kortsnuitige hond jonger dan 1 jaar herkent.

Het Expertisecentrum Genetica Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht onderzoekt daarom of je al aan een pup kunt zien hoe zijn schedel zich ontwikkelt. Dat onderzoek begon in december 2025 en duurt twee jaar; de staatssecretaris verwacht de resultaten in het eerste kwartaal van 2028. Komt daar een bruikbaar kenmerk uit, dan wordt er een houdverbod ingevoerd, schreef hij.

Waar let je op als je een kortsnuitige pup wilt kopen?

Vraag naar de dierenartsverklaring van beide ouders, bijvoorbeeld een ingevuld scoringsformulier. Daarop staat hoe de ouderdieren scoren op de 6 criteria. Aan de pup zelf kun je dat nog niet zien: de meting is pas betrouwbaar bij een volwassen hond. Zie zo'n verklaring wel als minimum, niet als garantie.

  1. 1Vraag de verklaring van moeder én vader. Volgens de staatssecretaris is de vader vrijwel nooit aanwezig bij de pups. Vraag toch naar zijn formulier.
  2. 2Vertrouw niet blind op het formulier. Het is geen officieel document, en volgens de staatssecretaris kan een koper niet betrouwbaar nagaan of beide ouders aan de criteria voldoen. Klopt het formulier niet met wat je bij de moeder ziet, koop dan niet.
  3. 3Bekijk de moeder zelf. Maakt ze geluid bij het ademen of snurkt ze? Heeft ze een neusrimpel, smalle of nauwelijks open neusgaten, zichtbaar oogwit of ogen die niet goed sluiten? Dat zijn kenmerken van een te korte snuit.
  4. 4Vertrouw niet op een stamboom alleen. In november 2024 waarschuwde de KNMvD, de beroepsvereniging van dierenartsen, dat honden met een te korte snuit ondanks het fokverbod nog steeds een stamboom meekregen.
  5. 5Neem de tijd. Twijfel je over de fokker of de papieren, koop dan niet. Verdwijnt de verkoper na de koop, dan kun je nergens meer terecht met vragen of klachten.

Houd ook rekening met de kosten. Volgens de KNMvD (2024) kost de aanschaf van een kortsnuitige hond al snel zo'n 2.500 euro, en kunnen de behandelkosten oplopen tot 10.000 euro, voor bijvoorbeeld operaties aan de luchtwegen of het gebit. Niet elke verzekeraar verzekert kortsnuitige rassen: Univé bijvoorbeeld doet het niet. Vraag het na voordat je koopt. Wat een hond verder per maand kost, lees je in wat kost een hond. Twijfel je nog over het ras, kijk dan eerst welke hond bij je past.

Welke gezondheidsproblemen hebben kortsnuitige honden?

Het grootste probleem is benauwdheid. Honden met een korte snuit hebben volgens de NVWA een grote kans op BOAS: nauwere luchtwegen en smallere neusgaten, waardoor ze erg benauwd kunnen zijn, moeilijker hijgen en sneller oververhit raken. Ze hebben ook een grote kans op gebitsproblemen, slaapproblemen, oogproblemen en overgewicht.

Hoe korter de snuit, hoe groter het risico. Dat bleek uit Brits onderzoek van Packer en collega's (2015). Zij maten 700 honden van allerlei rassen en kruisingen die om uiteenlopende redenen naar een verwijskliniek van het Royal Veterinary College kwamen. Van de honden met een snuit korter dan een tiende van de schedel had meer dan 80% BOAS. Bij een ratio van 0,5 of meer had geen enkele hond het. In een tweede onderzoek van hetzelfde team, bij 154 kortsnuitige honden die vooral van fokkers kwamen, liep het risico ook op met overgewicht.

Hoe zorg je goed voor een kortsnuitige hond?

Let extra op bij warm weer, maak de neusplooien regelmatig schoon en voorkom overgewicht. Die punten noemt de NVWA onder meer. Een kortsnuitige hond heeft meer moeite met hijgen en raakt sneller oververhit, in de plooien kan de huid ontsteken, en overgewicht vergroot de kans op benauwdheid.

  • Warm weer: zorg voor verkoeling op hete dagen.
  • Neusplooien: maak ze regelmatig schoon, zodat de huid niet gaat ontsteken. Vraag je dierenarts hoe je dat het beste doet.
  • Gewicht en beweging: zorg dat je hond genoeg beweegt en niet te zwaar wordt. Hoeveel beweging een hond nodig heeft, lees je in hoe vaak je een hond uitlaat.

Daarnaast raden wij aan:

  • Wandel slim: kies bij warm weer de koelste momenten van de dag.
  • Tempo: laat je hond het tempo bepalen en neem een pauze zodra hij zwaarder gaat ademen. Bij een privéwandeling loopt je hond alleen met de uitlater en hoeft hij geen groep bij te houden.

Veelgestelde vragen over kortsnuitige honden

Nee, kopen en houden mag. Fokken mag alleen met Franse bulldogs die aan de 6 criteria voldoen; de tabel bovenaan laat zien wat dat betekent. Of er ooit een houdverbod komt, hangt af van onderzoek aan de Universiteit Utrecht dat in 2028 resultaten moet opleveren.

Alleen als je hond aan alle 6 criteria voldoet en ook verder geen ernstige erfelijke afwijking of ziekte heeft. Laat dat door je dierenarts beoordelen zodra je hond volledig is uitgegroeid, dan weet je zeker dat je binnen de regels blijft. Is je hond geopereerd aan de luchtwegen, dan mag je er niet mee fokken.

De NVWA noemt de mopshond, de Franse bulldog en de Engelse bulldog als voorbeelden. Het onderzoek van de Universiteit Utrecht staat onder meer open voor kortschedelige pups van de chihuahua, shih tzu, boxer, pekingees, Boston terriër en cavalier King Charles spaniël. De dierenarts beoordeelt steeds de hond zelf, niet het ras.

Let op geluid bij het ademen of snurken, en op een hond die bij warm weer of inspanning moeite heeft met hijgen. Twijfel je, ga dan naar de dierenarts. Is je hond ineens erg benauwd, bel dan meteen.

Bij de NVWA, via de pagina Meld misstanden op nvwa.nl. De NVWA gaat samen met de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn langs bij fokkers en kan een fokker die zich niet aan het fokverbod houdt een boete geven.

Bronnen

Voor dit artikel gebruikten we:

Over de auteurs

Dominic en Evika thuis, Evika houdt Lucky in haar armen

Dominic & Evika

Wij zijn Dominic en Evika. We laten honden uit, vangen ze op en laten ze bij ons thuis logeren in Wassenaar, samen met Lucky, onze working-line labrador. We zijn geen dierenarts en geen gedragstherapeut: we schrijven over wat we elke dag met honden meemaken, en controleren alles wat feitelijk is tegen de bronnen onderaan dit artikel.

Lees ook

Meer in Rassen →

Een wandeling in het tempo van je hond

Een privéwandeling is één-op-één, dus je hond hoeft geen groep bij te houden. Dominic of Evika loopt zelf met je hond, nooit een invaller.

Plan een kennismaking via het formulier of app ons op 06 11696237.

Plan een gratis kennismaking
WhatsAppBel ons